Ezels - Fokken - HET FOKKEN VAN EZELS

Geplaatst op woensdag 22 oktober 2003 @ 19:42, 178 keer bekeken

HET FOKKEN VAN EZELS Een van de mooiste en spannendste perioden in de ezelhouderij is toch wel de tijd rondom de geboorte van een veulen. Het is ronduit schitterend een keer een geboorte mee te maken (als de merrie u er tenminste getuige van laat zijn, want het lijkt er op dat veel merries wachten tot het rustig is en er niemand in de buurt is) en het veulen te zien opgroeien bij zijn/haar moeder. Waarom fokken we eigenlijk met ezels? Ten 1e natuurlijk om de soort te laten voortbestaan, maar wat zeker zo belangrijk is dat we (want wij bepalen tenslotte of de ezel nageslacht produceert) alleen fokken met het beste materiaal. Onder natuurlijke omstandigheden zal een merrie zich ook alleen maar laten dekken door de sterkste hengst, die er ter plaatse voorhanden is en bovendien zal alleen een gezonde merrie in staat zijn de opvoeding te voltooien. In het algemeen zullen de aldus voortgebrachte veulens top-exemplaren zijn. Door af en toe met uw ezel(s) een keuring (u krijgt dan een objectieve beoordeling) te bezoeken en/of de eigen ezels te vergelijken met die van anderen, kan men een redelijk inzicht krijgen of de kwaliteit van de merrie voldoende is. Nu nog een hengst kiezen. Uiteraard moet dit zorgvuldig gebeuren. Familieleden van beide, zoals de moeder van de hengst en het nakomelingschap van de hengst bij andere merries, zijn van belang om na te gaan welke erfelijke eigenschappen duidelijk naar voren komen in elke generatie. De reputatie van een jonge hengst is meestal gebaseerd op zijn resultaten in de tentoonstellingsring en op zijn afstamming. Na twee à drie jaar moeten zulke gegevens samen bekeken worden met de gegevens van het nageslacht dat inmiddels door de jonge hengst is verwekt. Als u besluit te gaan fokken is het bijvoorbeeld raadzaam contact op te nemen met het stamboeksecretariaat van de "Vereniging het Nederlands Ezelstamboek". Hier zijn gegevens bekend van goedgekeurde hengsten. Het zelf houden van een hengst. De ongecastreerde ezelhengst kan, net als het mannetje van vele andere diersoorten, uiterst gevaarlijk (schoppen en bijten) zijn in de dagelijkse omgang. Het omgaan met hengsten vereist een bepaalde instelling. Ze zijn totaal anders in hun manier van doen dan de merries en ruinen. Men moet eraan denken, dat een ezelhengst, die in het wild rondloopt met een kudde, altijd bij de paring de nek van de merrie met zijn tanden vast zal houden. Om zijn merries te beschermen gebruikt hij zijn hoeven en tanden. Verscheidene gevallen zijn bekend, waarbij mensen in zo'n situatie min of meer ernstig gewond werden en/of levenslang littekens behielden. Het dekken van de merrie. Vergeleken met veel paarden en pony's zijn de meeste ezelmerries duidelijk hengstig. Ze zijn éénmaal in de 21-28 dagen gedurende 5-7 dagen hengstig. Bevruchting vindt plaats tussen de 3e en de 5e dag. Met een hengst in de buurt zullen de merries hun hengstigheid tonen door te "kauwen" (openen en sluiten van de mond, hoofd naar beneden, terwijl de oren naar achteren gelegd worden), plassen, het opheffen van de staart en het "blinken" met de geslachtsopening. De hengst heeft meestal enige tijd nodig eer hij klaar is om de merrie te dekken. De meeste hengsten zijn klaar om te dekken 5 - 10 minuten na de ontmoeting met de merrie. De drachtige merrie. De zorg voor de drachtige merrie begint al voor ze gedekt wordt. Ze moet gezond zijn, vrij van parasieten en goed verzorgde hoeven hebben, anders wordt de kans op een miskraam een stuk groter. De gezondheid van de merrie moet gedurende de hele drachtigheid optimaal blijven. Voer niet meer omdat ze nu drachtig is, ze wordt er te vet van. Regelmatig wat extra vitaminen / mineralen is wel belangrijk. Drachtigheidsduur. Deze is zeer wisselend bij de ezel, van 10½ tot 14½ maand na de laatste dekking. Bij merries die meerdere veulens hebben gekregen weet de eigenaar meestal wel hoe lang ze draagt. Het veulenen. Hieronder wordt verstaan de periode vanaf het "uieren" totdat het veulen is geboren, kan staan en drinkt. De uier begint meestal te zwellen ongeveer drie weken vóór het veulenen. Het wordt tijd de kraamstal in orde te brengen en de merrie, wanneer zij met anderen in een stal is ondergebracht apart te stallen. Deze stal moet ruim zijn (ong. 3 x 3 mtr), goed geventileerd, maar vrij van tocht, en worden ontsmet vóór gebruik. Een infrarode warmtebron is bijzonder nuttig voor veulens die in de winter of in het vroege voorjaar geboren worden. Het stalbed moet bestaan uit dik, schoon stro. Ongeveer 3 dagen vóór het veulenen gaan de tepels zwellen en laat ze soms een beetje melk lopen. De bekkenspieren worden losser en de beenderen rondom de staartwortel krijgen ten opzichte van elkaar een wat grotere beweeglijkheid. Als de geboorte ophanden is kan de merrie rusteloos worden en ophouden met eten. Gewoonlijk gaat de geboorte vrij vlug, ongeveer 30-60 minuten nadat de baarmoeder begonnen is zich regelmatig samen te trekken. Normaal komen eerst de voorbenen en daarna het hoofd. Wanneer dit niet gebeurt en de geboorte vordert niet, roep dan onmiddellijk de hulp van een dierenarts in. U kunt veel schade aanrichten bij goedbedoelde pogingen de merrie te helpen. (De assistentie van een dierenarts inroepen is toch wel verstandig.) Is men bij de geboorte aanwezig, dan moet men zich stil en rustig houden en vooral niet in de weg lopen. Is het veulen eenmaal geboren, controleer dan eerst of de neus en mond vrij zijn, zodat de ademhaling niet belemmerd wordt. Help het veulen niet de navelstreng te breken, de bloedstroom van merrie naar veulen gaat immers nog even door na de geboorte. Na enkele minuten rust de merrie of het veulen gaan bewegen, de navelstreng breekt dan vanzelf af. De navel van het veulen kan dan behandeld worden met een desinfecterend middel. De merrie moet de nageboorte nog brengen. Dit kan echter wel een uur duren. Intussen draait ze zich om en begint het veulen te likken. Dit versterkt de band tussen merrie en veulen en is voor beiden zeer belangrijk. Kom vooral niet tussenbeide, zeker niet bij een jonge merrie. Als een merrie NIET begint met likken, kan afvegen met een schone handdoek het veulen stimuleren. Men kan de merrie aanzetten tot likken door op de rug van het veulen wat zout te strooien. Als het veulen probeert op te staan, zal het eerst diverse keren omvallen, maar elke poging doet de natuurlijke kracht van de beenspieren toenemen. Voorop gesteld dat er geen gevaar bestaat dat het veulen zich verwondt, kan het gerust aan zichzelf worden overgelaten. Als het veulen eenmaal doorheeft hoe het moet lopen, moet het beginnen de uier van de merrie op te zoeken. Dit eerste uur is voor de eigenaar het moeilijkst. De meeste merries en veulens krijgen echter alles zonder hulp voor elkaar. Merries die hun eerste veulen hebben gekregen, hebben het soms wat moeilijk met het laten drinken van het veulen, meestal omdat ze zo gefascineerd zijn door het veulen dat ze mee rond blijven draaien. Door het hoofd van de merrie enkele minuten vast te houden komt alles meestal goed. De eerste melk (colostrum, biest) van de merrie is van buitengewoon groot belang voor het veulen. Hoe eerder het veulen ervan drinkt, des te beter, omdat de in deze melk aanwezige antilichamen het veulen beschermen tegen infecties in de eerste dagen van zijn leven. Uiterlijk twee uur na de geboorte hoort het veulen van de biest gedronken te hebben. een heel enkele keer komt het voor dat een jonge merrie haar veulen werkelijk niet wil aannemen. In dit geval direct een dierenarts raadplegen. Is het veulen zwak en niet in staat om te staan, dan is het van groot belang dat het wat drinken binnenkrijgt. Als de melk van de merrie gebruikt kan worden - dit is het meest ideale geval - melk haar dan en geef het veulen ongeveer 60 gram met een baby-zuigfles. (Gebruikte flessen en spenen dienen natuurlijk steriel te zijn.) Mocht er geen melk van de merrie beschikbaar zijn, los dan een theelepel druivensuiker (glucose) op in 60 gram lichaamswarm water, geef dit met een zuigfles en waarschuw ook de dierenarts. Er zijn namelijk verschillende oorzaken voor zwakte bij het veulen en voor gebrek aan melk bij de moeder. Op dit tijdstip onderzoekt de dierenarts merrie en veulen grondig en ook de nageboorte, om er zeker van te zijn dat die geheel afgekomen is. Pas na dit onderzoek kan de nageboorte worden opgeruimd. U kunt het veulen dan tevens een multivitamine-injectie en een injectie met tetanusserum laten geven. Het opfokken van het veulens Veulens passen zich zeer snel aan hun nieuwe wereld aan en na enkele uren bewegen ze zich al vlug door hun box. Als het weer het toelaat ( in elk geval droog en niet te koud ) kunnen merrie en veulen de volgende dag naar buiten in een klein weitje, liefst zonder andere dieren. Let op: jonge ezels worden, net als kinderen, heel snel ziek en elke lusteloosheid bij een veulen moet direct onderzocht worden. Komt de lichaamstemperatuur van het veulen (rectaal gemeten) boven de 38,8° Celsius, waarschuw dan de dierenarts. Als het veulen niet drinkt, moet niet alleen het veulen, maar ook de merrie nagekeken worden. Aan de uier is te zien of het veulen pas nog gedronken heeft, en indien dat niet zo is, onderzoek dan of er soms sprake is van een abnormaal warme uier. WACHT NOOIT TE LANG MET EEN DIERENARTS! Vooral jonge veulens kunnen zeer snel achteruit gaan. Houdt de omgeving zo schoon mogelijk om een infectie van de navel te voorkomen. Het veulen slaapt nog veel. Als het geen zomer is, is het verstandig om korte perioden van lichaamsbeweging in de wei af te wisselen met langere perioden op stal. De vacht van een veulen is nog niet bestand tegen regen, het loopt al snel een verkoudheid of longontsteking op (ook stof, bacteriën in hooi of stro en een slecht geventileerde stal kunnen een ernstige longontsteking veroorzaken). Een merrie met veulen moet 's nachts op stal gezet worden. Kort na de geboorte raakt het veulen het meconium kwijt (de kleverige, donkerbruine darminhoud die zich vóór de geboorte gevormd heeft). Lukt dit niet, dan ziet men het veulen herhaaldelijk zonder resultaat persen; ook dan de dierenarts erbij roepen. Het volgende probleem waarmee het veulen te maken kan krijgen, valt doorgaans samen met het hengstig worden van de merrie, zo'n 7 - 14 dagen na de geboorte. De samenstelling van de melk van de merrie verandert dan en het veulen krijgt diarree. In zijn eerste maanden heeft het veulen veel te leren. In de eerste plaats dat mensen leuk zijn en dat ze gehoorzaamd moeten worden. Dit kan heel gemakkelijk in de eerste weken geleerd worden. (zie verder bij training) Als het veulen een paar weken oud is begint het te eten uit moeders voerbak. U kunt het dan een eigen bakje geven. Op de leeftijd van ongeveer vier weken moet u met ontwormen beginnen. Flesvoeding Als de omstandigheden vereisen dat u het veulen met de fles grootbrengt, moet u de moederrol zoveel mogelijk overnemen, dwz. u moet ook zorg besteden aan gezelschap en opvoeding en goed letten op het weer. Voeding en verzorging op vaste tijden geven het veulen een gevoel van veiligheid. Gebruik het in de handel verkrijgbare melkpoeder voor moederloze veulens. Dit geeft men, klaargemaakt volgens de gebruiksaanwijzing, gedurende de eerste week elke drie uur 90 gram met een kinder-zuigfles, dag en nacht. Daarna wordt de dosis verhoogd tot 120 gram elke vier uur, bij gelijke samenstelling, ook dag en nacht. Geleidelijk wordt de hoeveelheid vergroot tot 180 gram om de zes uur op een leeftijd van 7 weken, zonodig nog later tot 240 gram. Vanaf de leeftijd van 2 weken kan begonnen worden het veulen wat bij te voeren. De flesvoeding moet op lichaamstemperatuur zijn. Zorg er altijd voor, dat het veulen geen kou kan vatten door het tijdens regen binnen te zetten, in het koude jaargetijde een dek op te doen of de stal te verwarmen.


Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan: